Mee naar China 09

Doorngsauwtjhoi787@gmail.com

november 1, 2025

De laatste dagen bezoeken we enkele van ‘de minderheden’ in zuid-China. Het woord minderheden had vanaf het begin een negatieve bijklank in mijn oren. Het heeft me wat gefrons, veel vragen en wat hersengekraak gekost om er een andere kijk op te krijgen.

Wat ik er tot dusver van begrijp is dat China probeert haar diversiteit heel erg te beschermen.
Het enorme land heeft een enorme rijkdom aan allerlei minderheden, die historisch gezien wel uit andere regio’s of windstreken kwamen, maar al eeuwen deel zijn van het diverse China. Elke minderheid heeft een eigen traditie, klederdracht, taal, eetcultuur en rituelen. Ze zijn allemaal Chinezen, maar geen Han Chinezen. Ze maken deel uit van hun eigen subcultuur en zijn daar trots op. Vaak zijn dit samenlevingen die leven uit landbouw en vaak ver van grote steden leefden.

In een poging de verscheidenheid en daar bijhorende rijkdom in China te bewaren beschermt de centrale overheid deze minderheden. Enerzijds door een aantal steunmaatregelen toe te kennen (zoals financiële steun om te gaan studeren) en de uitzondering om onder de 1 kindpolitiek wel meerdere kinderen te krijgen. Anderzijds wordt er fors geïnvesteerd in het faciliteren van toerisme rond de minderheden. Er worden wegen en parkings aan de ingang van de dorpen aangelegd en een ticketsysteem opgezet, zodat mensen van buiten het minderhedendorp moeten betalen om de dorpen te bezoeken. Een deel van de ticketinkomsten gaat naar de overheid die het faciliteert (of bedrijven) en het andere deel zijn inkomsten voor de gemeenschap van de minderheid, waardoor zij economisch kunnen overleven of zelfs groeien.

Geen slechte poging, denk ik dan, om te vermijden dat iedereen in China meegroeit met moderne grootstedelijke trends, China een oninteressante eenheidsworst wordt van allemaal dezelfde Chinezen. Ze behouden een wonderlijk rijk pallet aan klederdrachten, oude talen die bij ons al lang verloren gegaan zijn, prachtige gebruiken, alternatieve geneeskunde, wijsheden, etc. Nogmaals, vanalles dat bij ons verloren ging. En dan hebben we het nog niet gehad over volledig intacte architectuur, straatjes en steegjes met typische Chinese huisjes, met de typische daken – niet verpest door lelijke moderne betonnen blokken of andere nieuwere gebouwen. Je kan zo – nadat je een ticketje kocht en je paspoort liet scannen – een wereld instappen die in Europa ooit ook moet bestaan hebben, maar totaal verwoest is of verloren ging.



En toch, zo’n ticket kopen om een dorp te bezoeken waar de mensen in traditionele klederdracht rondlopen en dagelijks 2 shows opvoeren voor de toegestroomde toeristen,
parking en ticketmachines, toegangspoortjes, een hele straat nagebouwde ‘articifial old building’ (zoals onze gids het zelf noemde) waar dan souveniersshops en restaurantjes en kraampjes zijn voor toeristen/bezoekers…

Is het toch niet een soort dierentuin waar we mensjes ipv aapjes kijken?
De gids begrijpt mijn uiterst Westerse vraag maar half als ik vraag: “Is it weird, that it still feels weird to me that we visit the people like they are in a zoo?”
Ik zou het nog steeds niet helemaal kunnen ontkrachten als iemand het mij vroeg en ik blijf me ongemakkelijk voelen, zelfs na mijn vierde minderhedendorp. En toch voel ik aan alles dat deze mensen trots zijn op hun identiteit als deel van hun minderheid, dat er iets heel erg sterk, strategisch en verstandig is aan hoe China haar diversiteit bewaakt. Er is zoveel traditie en wijsheid en gemeescnhapsgevoel verloren gegaan in de dorpen die ik ken uit Europa.
Ik ben bijna helemaal mee, als ik onze gids vraag waar hij woont – ook een minderhedendorp. We wandelen samen tussen de authentieke houten huisjes en bezoeken de mooie drumtower.
“Can I ask why we don’t visit YOUR village today?” De gids lacht. Eerst zegt hij dat het is omdat het te ver weg is.

Maar dan voegt hij toe “It looks totally different from this one. It is not that traditional anymore. It is closer to a big city and people want modern houses. They want there private bathroom, instead of public toilets. They want strong houses. They don’t want the wooden structures from the old times.”
Dus het is toch niet allemaal beter in die beschermde dorpen? Modern is toch ook beter.
“It is about a balance in what you protect. Protect the traditions, protect the rituals and the culture. But give people also modern comfort.” Zegt onze gids.
Als ik hem vraag of al deze mooie houten typische architectuur dan zal verdwijnen en of dat erg is, zegt hij: “Maybe for some old people it is stil good, but young people want a better life and their own bathroom.”

Wie zijn de Dong ?

De Dong-minderheid, in het Chinees bekend als de 侗族 (Dòngzú), is een van de 56 officieel erkende etnische groepen in China. Met bijna drie miljoen mensen wonen ze vooral in de bergachtige gebieden van Guizhou, Hunan en Guangxi, in het zuidoosten van het land. Hun dorpen liggen vaak tussen rijstterrassen en groene valleien, waar de tijd lijkt stil te staan. De Dong noemen zichzelf liever “Kam” en spreken het Kam-Sui, een melodieuze taal zonder eigen eeuwenoude schrift, al werd er na 1949 een systeem ontwikkeld om de taal te kunnen schrijven.

Het leven van de Dong draait om landbouw. Ze verbouwen rijst, maïs en zoete aardappelen, en telen daarnaast katoen, tabak en soja. De dorpen staan bekend om hun bijzondere houten architectuur: elegante paalwoningen zonder spijkers, imposante trommeltorens die het hart van elk dorp vormen, en de beroemde “wind-en-regenbruggen” — overdekte houten bruggen die bescherming bieden tegen de elementen en tegelijk ontmoetingsplaatsen zijn. Dorpen zoals Zhaoxing in Guizhou zijn daardoor toeristische trekpleisters geworden, waar bezoekers zich vergapen aan het vakmanschap en de harmonie van deze bouwstijl.

Muziek is de ziel van de Dong-cultuur. Hun meerstemmige zang, vaak uitgevoerd door vrouwen zonder instrumentale begeleiding, klinkt als een levend echo van hun geschiedenis. Tijdens feesten vullen zang en dans de dorpspleinen, met liederen over liefde, oogst en het leven in de bergen. Religieus gezien combineren de Dong voorouderverering met animistische overtuigingen: de natuur, de geesten van rivieren en bomen, en de zielen van voorouders vormen samen hun spirituele wereld.

Toch verandert het leven van de Dong snel. Jonge mensen trekken weg naar steden, en met hen verdwijnen ook taal, ambachten en tradities. Tegelijk probeert de Chinese overheid de economische ontwikkeling van minderheidsgebieden te stimuleren, wat de spanning vergroot tussen modernisering en cultureel behoud. Ondanks die uitdagingen blijven de Dong een van de meest intrigerende volkeren van China — met een erfgoed dat zowel esthetisch als menselijk tot de verbeelding spreekt, en dat symbool staat voor de diversiteit en veerkracht van het land.

Translate »