Na 2 weken kamperen in een busje in Japan, vloog ik vanmorgen voor het eerst echt naar China. Na enkel een overstap in Shanghai is het nu dan zover; mijn vaderland bezoeken.
Bij landing werd mij lichtelijk streng gevraagd om niet met de andere passagiers uit te stappen en tot de laatste te wachten. Dit is meestal wat er gevraagd wordt als ik vlieg met asistentie. Het is een beetje jammer, want meestal wil ik net als alle anderen zo snel mogelijk de benen strekken, maar ik ben er niet rouwig om dat ik het ongeduldig, inefficiënte gedrum in het gangpad aan mij mag laten voorbij gaan.
Hand in hand met de steward stap ik dan het vliegtuig uit. Het is altijd een beetje ongemakkelijk om zoveel aangeraakt te moeten worden bij het begeleiden en in zo’n smal gangetje is een discretere elleboog aanbieden nogal lastig. Dat hand in hand of arm in arm lopen is altijd een beetje een praktisch ongemak waar ik me overheen moet zetten als blinde persoon. Op een luchthaven als die van Bejing DAX – kilometers groot- en met een begleider die geen woord Engels bleek te spreken is het toch nog net een ander niveau van ongemakkelijk. Behalve een paar woorden over mijn bagage die via de vertaal-app liepen die de man in kwestie even boven haalde waren we doodstil.
Maar ook woordeloos liep het vlot door, op een relatief rustige luchthaven. Ik had me aan het cliché verwacht van luide massa’s Chinezen, gerochel, geroep in de 4 tonen van de mij zo onbekende taal en allerlei overrompelingen. Cliché’s komen ergens vandaan, maar alleszins niet van op deze luchthaven om 4 uur in de namiddag.
Na een dik kwartier stilte wandeling over een rustige luchthaven pikken we mijn rugzak van de bagageband, passeren we aan de immigratie, lever ik wat vingerafdrukken en word ik naar de uitgang begeleid. Daar staat de groep me al op te wachten en ben ik officieel voor het eerst in China.
Mijn ontvangst committé koos ervoor om de metro uit te testen an van de gelegenheid gebruik te maken om zich wat te oriënteren in het nieuwe land. Na een vlotte metrorit van een uurtje komen we voor het eerst voor mij boven e grond.
Een hotel in de derde ring van Bejing.
Ik hoor auto’s, een paar mensen, maar wat me vooral op valt is toch echt dat het rustig is. Brede straten, wat fietsen en brommertjes op de stoep, hoge gebouwen met de bijhorende akoestiek. Een enorm hotel met een lobby die aan een luchthaven doet denken voor mijn gevoel. En toch, rust, is vooral wat me opvalt.



Benieuwd of ik dat gevoel doorheen de komende drie weken zal meenemen.
En de vraag die op ieders lippen brandt… Hoe zit dat met die stokjes? Op restaurant kregen we meteen allemaal vork en mes op ons bord. Ik was oprecht teleurgesteld, want ik heb geoefend en weet dat enkel oefening kunst zal baren (of magen vullen).
Ik heb zowaar gevraagd of ik chopsticks kreeg en eerlijkheidshalve geef ik toe dat zowel vork als eetstokjes gebruikt werden.
Nu een dutje in een prachtig hotel en morgen bezoeken aan de bibliotheek voor blinden een TCM hospital;